|
Het was een tijdje geleden dat ik haar voor het laatst zag. Waar we elkaar eerder meerdere keren per week spraken, zit er nu soms een paar weken tussen. En telkens als we elkaar dan weer zien, zegt ze — zoals altijd met die herkenbare Brabantse klank in haar stem: “Oh, ben jij het. Dat vind ik fijn. Ik dacht even dat je een andere baan had.” “Als ik al een andere baan had, dan zou ik altijd afscheid nemen. Ik ga echt niet zomaar weg,” zeg ik dan.
Ze knikt. “Het kan toch.” Nee. Voor mij niet. Daarvoor is ze me te dierbaar geworden. En nu, vanavond, zie ik haar weer. Maar in een heel andere staat. Ze is hard achteruitgegaan. Familie is erbij. Een paar dagen geleden leek het nog twee kanten op te kunnen. Ze had zich vaker herpakt. Maar dit keer voelt het anders. Ze ligt stil, eet en drinkt niet meer. Wanneer ik haar zachtjes aanraak, opent ze haar ogen. Pijn. Veel pijn. “Niet doen,” zegt ze. Alles in haar lijf biedt weerstand. We blijven bij haar, maar houden afstand. Ze is niet comfortabel, en de medicatie is niet meer afdoende. Ik bel de HAP voor overleg. Wat ik waardeer: de dienstdoende arts komt zelf. Zij deelt mijn bevindingen en ziet hetzelfde. Later die avond keer ik terug. Ik leg de familie uit wat ze kunnen verwachten. Wat het lichaam doet als het leven wegebt. We nemen rustig afscheid. En dan, bij de voordeur, zegt haar zoon: “Jij heel erg bedankt. Weet dat het ons ook helpt hoe jij hier staat en er bent.” Zonder tegenbericht zou ik er de volgende avond weer zijn, maar dan ontvang ik een bericht van hem: “…We zeiden dat het zo goed was, hebben haar bedankt en gezegd dat ze kon gaan. Toen ging ze meteen heel, echt heel zacht en vredig weg, ineens was het kalm, stil… Heel fijn en waardevol. Beter kon niet. Jij nogmaals bedankt voor alles! Waarderen wij enorm…” Deze woorden geef ik met liefde door aan mijn collega’s. Want dat wat ik daar heb kunnen betekenen, kon ik alleen, omdat ik kon bouwen op de mensen om mij heen. Op m’n collega die cliënten van me overnam. Op de arts die zelf kwam kijken. Op de intramurale collega en de nachtdienst die de zorg lieten doorlopen. Zodat wij er in de ochtend weer konden zijn. Zij maakten het mogelijk dat ík er kon zijn — op dat ene, wezenlijke moment. Zorgen doen we samen. Zonder vertrouwen in elkaar lukt het niet. Maar als het er is, dan kan het. Dan kun je er zijn. Juist op de momenten die ertoe doen.
0 Comments
Your comment will be posted after it is approved.
Leave a Reply. |
AuteurIn haar werk als complementair en energetisch zorgdeskundige schrijft Miranda over het belang van voelen, vertragen en opnieuw contact maken met jezelf. Ze deelt inzichten en praktijkverhalen die rust, verbinding en bewustzijn stimuleren — voor wie zorg geeft en zoekt naar balans en verdieping. Categorieën
All
Archieven
Oktober 2025
|
RSS Feed